Zoeken
  • akhupkens

Wet DBA: het vervolg


Vandaag, 27 juni, overlegt de Kamer met minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over onder meer de opvolger van de Wet deregulering arbeidsrelaties. Voorafgaand aan dit overleg werd 22 juni de begin dit jaar aangekondigde hoofdlijnenbrief Uitwerking maatregelen 'werken als zelfstandige' gepubliceerd.

Ten opzichte van het regeerakkoord en de 'Roadmap' bevat de brief geen spectaculair nieuwe gezichtspunten. Veel wordt nog nader onderzocht en - niet onbelangrijk - het handhavingsbeleid blijft zoals aangekondigd: per 1 juli een kleine uitbreiding van de groep ‘kwaadwillenden’ waarvoor de opschorting niet geldt.

In de brief geven de bewindslieden Koolmees (SZW) en Snel (Financiën) aan dat het kabinet inzet op drie routes:

  • handhaving;

  • verdere uitwerking van de voorstellen uit het regeerakkoord; en

  • arbeidsmarkt van de toekomst.

Handhaving

Wat betreft de handhaving wordt aangegeven het tijdpad voor de verruiming van het toezicht op arbeidsrelaties onverminderd van kracht blijft. De handhaving is opgeschort tot in ieder geval 1 januari 2020, met uitzondering van kwaadwillenden. Vanaf 1 juli 2018 wordt de handhaving zoals al eerder was aangekondigd verbreed tot alle kwaadwillenden. De Belastingdienst zal op 1 juli een toezichtplan publiceren. Minimaal honderd opdrachtgevers worden geselecteerd om te bezoeken. Dit betreft zowel opdrachtgevers die een modelovereenkomst hebben voorgelegd als opdrachtgevers die in dat kader nog niet in beeld zijn bij de Belastingdienst. Diverse branches en sectoren zullen worden bezocht. In juli wordt gestart met deze bedrijfsbezoeken. Daarnaast zal gekeken worden naar de gegevensuitwisseling tussen de Belastingdienst en de Inspectie SZW binnen de kaders van het bestaande samenwerkingsconvenant. Het signaleren van schijnzelfstandigheid zal een belangrijk aandachtspunt voor de Inspectie SZW zijn.

Laag tarief - dienstbetrekking

In het regeerakkoord was het voorstel ontvouwd voor de opvolger van de Wet DBA. Kern van het voorstel is dat indien een opdrachtnemer voor een opdrachtgever werkt tegen een laag tarief en voor langere duur bij een opdrachtgever of voor een laag tarief en werkzaamheden verricht die passen binnen de reguliere bedrijfsactiviteiten van de opdrachtgever er een dienstbetrekking wordt verondersteld. In het regeerakkoord werd als een indicatie voor het tarief 125% van het wettelijk minimumloon of de laagste cao-schalen genoemd. Een dergelijk tarief wordt nu in de brief niet meer genoemd. Wel wordt een onderzoek aangekondigd naar de tariefvorming bij zzp’ers. Benadrukt wordt ook dat de veronderstelling van een dienstbetrekking bij een laag tarief los staat van de vraag of er sprake is van loonbetaling, verplichting tot persoonlijke arbeid of een gezagsverhouding. Verder zal schijnzelfstandigheid en dienstbetrekking bij een laag tarief op Europees niveau worden aangekaart.

Hoog tarief – opt-out

Voor de ‘bovenkant’ van de markt werd in het regeerakkoord de mogelijkheid van een opt-out voor de loonheffingen genoemd. Dit zou aan de orde zijn bij een hoog tarief en een overeenkomst van kortere

duur of een hoog tarief en werkzaamheden die niet behoren tot de reguliere bedrijfsactiviteiten van de opdrachtgever. Ook voor de tariefafbakening aan de bovenkant wordt gewacht op een onderzoek naar tariefvorming op de zzp-markt. Wel wordt aangegeven dat het waarschijnlijk een

kleine groep zal raken, daar het veelal sowieso al duidelijk zal zijn dat buiten dienstbetrekking wordt gewerkt.

Webmodule

Voor de middengroep komt er de mogelijkheid van een opdrachtgeversverklaring die opdrachtgevers via een webmodule kunnen verkrijgen. De webmodule moet hen helderheid geven over de kwalificatie van de arbeidsrelatie. Bij de uitwerking van die webmodule (en ook de andere voorstellen) is het streven van de regering om een optimaal evenwicht te vinden tussen handhaafbaarheid, beperking van administratieve lasten en het bieden van zekerheid voor opdrachtgevers en opdrachtnemers.

Belangrijk criterium bij het bepalen of sprake is van wel of geen dienstbetrekking is of sprake is van gezag. Bij de Wet DBA zorgde dit punt al voor onrust. Daarom zal eerst werk gemaakt worden van het binnen de kaders van de huidige wet- en regelgeving verduidelijken van dit begrip. Omdat hiervoor geen wetswijziging nodig is, kan volgens de beide bewindslieden op korte termijn (per 1 januari 2019) al meer duidelijkheid worden geboden.

Bij de uitwerking van de webmodule en het verduidelijken van de gezagsverhouding zal de regering samenwerken met wetenschappers en veldpartijen. Op 3 september komt er een vervolg op de kick-off bijeenkomst met veldpartijen van januari dit jaar.

Arbeidsmarkt van de toekomst

De hier genoemde maatregelen ziet het kabinet als een onderdeel van de bredere ambitie om de balans op de arbeidsmarkt te herstellen door hervorming van onder meer het ontslagrecht, payroll-wetgeving en de invoering van premiedifferentiatie in de WW. Omdat de arbeidsmarkt zich echter verder blijft ontwikkelen, er zich nieuwe vormen van arbeidsrelaties en uitdagingen zich zullen aandienen wil het kabinet een commissie instellen die relevante ontwikkelingen en mogelijke beleidsimplicaties in kaart moet brengen.

Meer informatie: Ministerie SZW 22 juni 2018

#WetDBA

19 keer bekeken

+31 (0)6 401 67 664

Wibautstraat 7

3601 XG Maarssen

© made by Optimize

 +31 (0)6 401 67 664

  • White Facebook Icon
  • White LinkedIn Icon
  • White Google+ Icon